Wavy background image with bright purple and light turquise colors

Nieuw boek

Machtspatronen in relaties

Een verhaal kan overtuigen. Maar wanneer mag een professional ervan uitgaan dat het klopt?

Dit boek beschrijft hoe aannames toetsbaar worden gemaakt, gegevens en bronnen kritisch worden beoordeeld en hypothesen worden bijgesteld of weerlegd als basis voor proportioneel handelen.

Volledige boekmock-up van Machtspatronen in relaties van Bela A. de Vries.
Boek

Dit is waar het boek over gaat

In complexe relaties kunnen verhalen, emoties, gedragingen, zorgen en beschuldigingen sterk uiteenlopen. Voor professionals is het dan niet eenvoudig om vast te stellen wat er speelt, welke interactie- en machtspatronen zijn ontstaan en welke begeleiding of interventie passend is.

Machtspatronen in relaties laat zien hoe professionals onderscheid kunnen maken tussen conflict, asymmetrie, onveiligheid en dwingende controle, met als ernstigste vorm intieme terreur.

Het boek beschrijft een methodiek voor interactie- en conflictdiagnostiek. De diagnostische reeks helpt om feiten, ervaringen, interpretaties en aannames zorgvuldig van elkaar te onderscheiden en aannames om te zetten in toetsbare hypothesen. Daarbij wordt gericht gezocht naar bevestigende én tegensprekende gegevens, betrouwbare bronnen en mogelijke alternatieve verklaringen.

Dit draagt bij aan het zorgvuldig signaleren van onveiligheid, waarbij zoveel mogelijk wordt voorkomen dat vermoedens of eenzijdige verhalen voortijdig als vaststaande feiten worden beschouwd.

Afhankelijk van de situatie kan narratief, semi-instrumenteel of instrumenteel worden gewerkt. De diagnostische reeks biedt daarbij de methodische structuur; waar passend kunnen gesprekken, mediationtechnieken, triagelijsten en andere instrumenten worden ingezet.

Het doel is niet om sneller tot een oordeel te komen, maar om sneller tot de kern te komen: met meer inzicht, passender ondersteuning voor betrokkenen, zorgvuldige afwegingen en proportioneel handelen.

Werkwijzen binnen Triagid®

Triagid® kan preventief én tijdens een begeleidings- of besluitvormingsproces worden ingezet. Ongeacht het moment en de professionele context gaat het erom patronen zorgvuldig te onderzoeken, escalatie te helpen voorkomen of beperken en passende begeleiding of proportioneel handelen te ondersteunen.

Afhankelijk van de situatie, het doel en de professionele context kan worden gekozen voor:

  • narratief: de verhalen en ervaringen van betrokkenen staan centraal, bijvoorbeeld binnen mediation, waaronder MfN-mediation. Er worden geen triagelijsten of andere instrumenten ingezet;
  • semi-instrumenteel: narratieve gesprekken worden gecombineerd met een of meer triagelijsten, gelijktijdig of op een later moment;
  • instrumenteel: eerst worden een of meer triagelijsten ingezet, waarna de uitkomsten worden besproken.

De diagnostische reeks biedt bij alle drie de werkwijzen methodische structuur. Bij de narratieve werkwijze wordt het reglement gevolgd dat bij de gekozen methodiek hoort, bijvoorbeeld het MfN-Mediationreglement. Bij de semi-instrumentele en instrumentele werkwijze worden gesprekken gevoerd met behulp van mediationtechnieken en geldt het Triagid®-reglement.

Voor interactie- en conflictdiagnostiek: triagelijsten

Wanneer voor een semi-instrumentele of instrumentele werkwijze wordt gekozen, kunnen triagelijsten professionals ondersteunen bij het systematisch ordenen en onderzoeken van interactiedynamiek, conflicttypen en samenwerkingspatronen. Ze helpen om voorbij afzonderlijke gebeurtenissen te kijken en onderliggende patronen en dynamiek te onderzoeken.

Voor overzicht, individuele reflectie en snelle signalering: RIO

De RIO (Reflectielijst Individueel Ouderschap) kan worden ingevuld wanneer een ouder twijfelt over de relatie, meer inzicht wil krijgen in de eigen situatie en daarover (nog) niet met de andere ouder wil of kan spreken. Een ouder wil de ander bijvoorbeeld niet kwetsen of voelt zich niet veilig in relatie tot de andere ouder.

De lijst brengt de eigen beleving, de ervaren interactie, informatie over mogelijk relevante feitelijke gebeurtenissen en het welbevinden van de kinderen in beeld.

Omdat één ouder de RIO invult, wordt de situatie vanuit één perspectief belicht. De uitkomsten mogen daarom niet zonder nadere toetsing leiden tot conclusies over de andere ouder. Tegelijk kan de RIO helpen om signalen van mogelijke onveiligheid vroegtijdig zichtbaar te maken.

Waar passend kan de RIO samen met de G&GI worden ingevuld. Wanneer ook de andere ouder wil deelnemen, kan vervolgens de TI worden ingezet als partners hun relatie en interactie willen onderzoeken, of de TS wanneer zij hebben besloten uit elkaar te gaan.

Voor conflicten met instanties en op het werk: AIOI en TA

De AIOI (Analyse-instrument Ouder–Instantie) richt zich op conflicten tussen een ouder en een instantie, met inbegrip van de professional of professionals die namens of vanuit die instantie betrokken zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een conflict met een gezinsvoogd over een uithuisplaatsing, over het al dan niet herkennen van dwingende controle of over handelen binnen een geheel andere context, zoals door het UWV of in de toeslagenaffaire.

De TA (Triagelijst Arbeid) richt zich op conflicten binnen een arbeidsrelatie, ongeacht beroep of sector: tussen collega’s, tussen een werknemer en een leidinggevende of tussen meerdere werknemers binnen een team. Het conflict kan bijvoorbeeld betrekking hebben op samenwerking, promotie en waardering, bejegening, grensoverschrijdend gedrag, een ontslagregeling, maar ook op een meningsverschil tussen professionals over het te volgen beleid rond een gezin.

De diagnostische reeks van Triagid®

Een methodische denkstructuur die bij alle drie de werkwijzen kan worden gebruikt. De reeks ondersteunt het proces van aannames en hypothesevorming tot proportioneel handelen en proportionele besluitvorming.

Methodisch Ordenende Checklist (MOC)

Een praktisch hulpmiddel voor het ordenen van verhalen en gegevens, met de diagnostische reeks als kader.

Varianten van Bereidheid

Een hulpmiddel waarmee wordt onderzocht of en in hoeverre een of beide betrokkenen bereid zijn met elkaar in gesprek te gaan. De uitkomsten helpen om in te schatten welke vorm van begeleiding aansluit bij de aard en mate van bereidheid.

Naar boven